Steeds meer besef ik dat wat ik zoek inderdaad niet onder de noemer bdsm valt. Ik zoek geen pijn, ik zoek geen seksuele dominantie of onderdanige dienstbaarheid op enig vlak.
Ik zoek liefde, diepe zinderende liefde en een relatie waarbij de verhoudingen duidelijk zijn. Hoe men zo’n relatie ook noemt, geen enkele term – TPE, D/s, 24/7 of geef het beestje een andere naam – doet recht aan wat ik zoek. Het heeft niets met machtsoverdracht te maken, zelfs niets met dominantie.
Het is gewoon zoals het is, een samensmelten van zielen, een verbond dat niet gehinderd wordt door machtsspelletjes tussen partners, een structurele monogamie die niet zomaar door een quickie divorce ten einde kan komen.
Samen in voor- en tegenspoed, niet hij eerst en dan ik, nee samen waarbij hij het vetorecht heeft en waarbij we samen sterk staan. Een echt en hecht partnerschap. Voor minder doe ik het niet.
Waar ik geen behoefte aan heb is aan een (her)opvoeder, een ouder, een controlfreak die zijn onzekerheid maskert door zich dominant te noemen. Ik heb geen plaats in mijn hart voor een man die meent mij eerst te moeten afbreken. Hoezo? Ik ben goed zoals ik ben. Ik functioneer prima on my own.
Als ik al iemand nodig heb dan is het een man die er is zoals hij is. Zonder titels, zonder kostuumpje, iemand die zonder plichtplegingen, zonder eindeloze onderhandelingen tot op microniveau, zonder stemverheffing overwicht heeft.
Er moet iemand zijn die mij helpt te groeien en mij dingen leert zonder zich leraar te noemen of Meester, zonder zich op te dringen welhaast. Iemand die heel simpel zegt: “doe gewoon wat ik je zeg....” Iemand die ik vertrouw met elke vezel in mijn lijf.
Vertrouwen is er of het is er niet. Ik geloof niet dat je vertrouwen kunt opbouwen. Je kunt het slechts verliezen door ervaringen, door teleurstellingen of erger door verraad. Ik geloof in een bijna naïeve vorm van vertrouwen en vertrouwdheid. Ik geloof in vertrouwdheid zonder woorden, zonder rationale.
Een hand op je schouder, een stem in je oor die zegt: “doe het maar.” En dan doe je het en krijgt geen spijt omdat het vertrouwen in oprechtheid geschonken en ontvangen is. Je kunt er geen spijt van krijgen omdat de situatie door beiden gedragen wordt: door hem die de weg aanwijst en door haar die hem volgt. “Doe het maar”, en ze sluit haar ogen en springt.
Ik, die vele beren op de weg zie, rationaliseert en analyseert en al heel snel duizend redenen en meer kan bedenken om niet te springen, heb dat nodig. Ik heb het nodig te weten dat je er zult zijn en me in liefdevol vertrouwen zult zeggen: “doe het maar. ” “Wat ik schrijf moet je gewoon doen.” “Doe gewoon wat ik je zeg.” Zo eenvoudig kan het zijn. Heel simpel, maar niet makkelijk te vinden.
Dienares
“Dienares”, ben je dat dan, vraagt een vriendin me. We bespreken een recent
verschenen advertentie van een Amsterdamse Man. Hij gebruikt mooie woorden in
zijn zoektekst naar een dienares. Het intrigeert me. “Ben je dat dan”, vraagt
vriendin opnieuw. Ik zwijg. Nee, dat ben ik niet, maar als ik dat niet ben wat
ben ik dan? Ik ben al zo weinig sm, ik ben geen lustslavin, geen pijnslavin en
nee, ik ben ook geen dienslavin.
Zelfs toen ik Schoevers deed wist ik al dat secretaresse mij een te dienend vak was. Dat was het namelijk ‘in mijn tijd’ nog. Het kon zo maar zijn dat je baas aan je vroeg om zijn kostuum naar de stomerij te brengen, of er een knoop aan te naaien. Wat te denken van die eeuwige kopjes koffie met koekje die je aan je baas en zijn bezoek diende te serveren? Nee, een dienares ben ik niet.
Dagen lang smeult de vraag van mijn vriendin nog na in mijn hoofd. Dienares, dienen, geven zonder iets terug te verwachten. Het genot, geluk van een ander boven het mijne stellen. Nee, daarvoor ben ik te egoïstisch. Ik zou willen dat ik het kon, onbaatzuchtig zijn, eindeloos geduldig en liefdevol. Maar stop! Dat ben je wel. Je bent wel lief, je bent geduldig, weliswaar niet altijd en niet altijd daar waar je het wellicht zou moeten zijn, maar je hebt het dus wel in je. Je bent lief en geduldig en onbaatzuchtig.
Maar die sm dan? Ik weet dat ik lang niet alles leuk en fijn of zelfs maar aanvaardbaar vind, hoe sm-achtig het ook moge zijn. Ik weet ook dat er maar één persoon hoeft te zijn die leuk en fijn vindt wat jij leuk en fijn vindt en dan heb je een match. Aan labeltjes heb ik altijd al een broertje dood gehad. Maakt mij het wat uit hoe het heet? Ik erken dat ik met en voor de juiste man heel ver wil gaan. Maar is het sm, of een traditioneel huwelijk? Of kan dat samengaan?
Een traditioneel huwelijk, de man brengt het geld binnen, neemt alle grote beslissingen en de vrouw bestiert het huishouden en legt verantwoording af voor haar handelen. Is dat wat ik wil? Het lijkt me wel erg rustig en makkelijk ook. Ik denk dat ik het nog geen halve dag zou volhouden, eigenwijs, zelfstandig als ik ben. Waarom zou ik mijn verantwoordelijkheden voor het dagelijks leven eigenlijk uit handen willen geven? Is het luiheid, vermoeidheid, gemakzucht? Of gaat het dieper?
Een duurzaam verbond, waar ik niet uit kan stappen en jij ook niet? Zekerheid in tijden van onzekerheid zoals een moderne relatie niet lijkt te kunnen bieden. Is het een zucht naar binding gedreven door verlatingsangst? Is het onzekerheid en angst? Is dat mijn drijfveer om lief en hulpvaardig en onmisbaar gevonden te willen worden? Verlang ik naar de goedkeuring van een ouder, een meerdere, mijn man of meester omdat ik daar ooit teveel of te weinig van heb ontvangen? Is dit de prijs die ik denk te willen of moeten betalen voor liefde?
Het is wel waar dat ik soms onzeker ben, verlang naar goedkeuring, hunker naar liefde. Het is waar dat ik gezien wil worden zoals ik ben. Maar wil niet iedereen dat? Wat heeft dat met sm te maken? Ik wil niet geslagen worden en hoewel ik erg geil kan worden van hele heftige gedachtes, heeft de ervaring geleerd dat straf, slaag, spankings en andere sm-elementen weinig tot niets met me doen. Op mijn knieën vóór hem bedenk ik wat hij zal gaan doen en hij verliest het altijd. “Merel, het werkt niet.” Inderdaad, tot die conclusie was ik ook al gekomen.
Vraag is wat wél zal werken. Mijn fantasieën zijn dood. Mijn meisjesfantasie die jaren en jaren met me meegroeide en altijd werkte, werkt niet meer sinds de werkelijkheid zijn ervaringen heeft gebracht. Mijn fantasie werkt niet meer sinds mijn geilheid geassocieerd is met de stem, met het zijn van een man met wie ik iets had dat er nog nooit was geweest. Mijn fantasie werkt niet meer sinds ik slechts over hem fantaseer. En ook die fantasie werkt niet omdat het nooit werkelijkheid zal worden. Wat wil ik in de werkelijkheid? Wat wil ik? Wat kan ik? Is wat ik wil wel waar? Kan het wel werkelijkheid zijn of worden? Kan ik dat wel?
Maar die man die mij ooit zo diep geraakt heeft, heeft mijn tekst wel herkend toen. Hoewel ik niet weet of ik had kunnen waarmaken wat ik toen schetste, had hij er vertrouwen in. Hij had vertrouwen in mij en in wat er tussen ons was - en dat was veel. Wie weet waar het was geëindigd als het anders was gelopen. Feit is dat ik me moet herdefiniëren zoals je dat na iedere ervaring onbewust doet. Iedere ervaring vormt je. Iedere ontmoeting verandert je. Het leven is niet statisch en dat kun jij dan ook niet zijn.
“Maar ben je dat dan, een dienares?” Nee, dat ben en was ik niet. Het woord dienares is een woord dat voor interpretatie vatbaar is zoals veel woorden dat zijn. Vraag tien mensen wat sm is en je krijgt tien verschillende antwoorden. Vraag het morgen weer en grote kans dat een aantal van die antwoorden inmiddels veranderd zijn. Ook mijn invulling van sm golft en vloeit al naar gelang de omstandigheden, intern en extern.
Nee, ik ben geen dienares maar ik zou het misschien kunnen zijn zoals ik ook vrouw, geliefde, hoer, godin ben of kan zijn. Sm? Ik? Nee, niet echt maar macht doet iets met me: jouw macht over mij zoals ik macht heb over jou. Mijn macht om je liefde te geven, en jouw macht om mijn liefde te ontvangen en vice versa. Mijn sm is wat veel mensen zien als vanilla: liefde te mogen ontvangen en te mogen schenken.
Vergeet sm. Wat ik zoek is de diepste puurste mooiste vorm van liefde. Wat mij drijft is de diepe behoefte gezien te willen worden zoals ik ben. Waar ik naar zoek is een man die me onvoorwaardelijk accepteert zoals ik ben. Ik zoek iemand die ik kan respecteren en die mij respecteert. Wat ik zoek is geborgenheid en veiligheid. Veiligheid, verstand, vrijwilligheid en respect, is dat niet wat aan iedere relatie ten grondslag zou moeten liggen?
En liefde… Liefde die altijd dienend is. In dat opzicht wil ik graag dienares zijn.
Zelfs toen ik Schoevers deed wist ik al dat secretaresse mij een te dienend vak was. Dat was het namelijk ‘in mijn tijd’ nog. Het kon zo maar zijn dat je baas aan je vroeg om zijn kostuum naar de stomerij te brengen, of er een knoop aan te naaien. Wat te denken van die eeuwige kopjes koffie met koekje die je aan je baas en zijn bezoek diende te serveren? Nee, een dienares ben ik niet.
Dagen lang smeult de vraag van mijn vriendin nog na in mijn hoofd. Dienares, dienen, geven zonder iets terug te verwachten. Het genot, geluk van een ander boven het mijne stellen. Nee, daarvoor ben ik te egoïstisch. Ik zou willen dat ik het kon, onbaatzuchtig zijn, eindeloos geduldig en liefdevol. Maar stop! Dat ben je wel. Je bent wel lief, je bent geduldig, weliswaar niet altijd en niet altijd daar waar je het wellicht zou moeten zijn, maar je hebt het dus wel in je. Je bent lief en geduldig en onbaatzuchtig.
Maar die sm dan? Ik weet dat ik lang niet alles leuk en fijn of zelfs maar aanvaardbaar vind, hoe sm-achtig het ook moge zijn. Ik weet ook dat er maar één persoon hoeft te zijn die leuk en fijn vindt wat jij leuk en fijn vindt en dan heb je een match. Aan labeltjes heb ik altijd al een broertje dood gehad. Maakt mij het wat uit hoe het heet? Ik erken dat ik met en voor de juiste man heel ver wil gaan. Maar is het sm, of een traditioneel huwelijk? Of kan dat samengaan?
Een traditioneel huwelijk, de man brengt het geld binnen, neemt alle grote beslissingen en de vrouw bestiert het huishouden en legt verantwoording af voor haar handelen. Is dat wat ik wil? Het lijkt me wel erg rustig en makkelijk ook. Ik denk dat ik het nog geen halve dag zou volhouden, eigenwijs, zelfstandig als ik ben. Waarom zou ik mijn verantwoordelijkheden voor het dagelijks leven eigenlijk uit handen willen geven? Is het luiheid, vermoeidheid, gemakzucht? Of gaat het dieper?
Een duurzaam verbond, waar ik niet uit kan stappen en jij ook niet? Zekerheid in tijden van onzekerheid zoals een moderne relatie niet lijkt te kunnen bieden. Is het een zucht naar binding gedreven door verlatingsangst? Is het onzekerheid en angst? Is dat mijn drijfveer om lief en hulpvaardig en onmisbaar gevonden te willen worden? Verlang ik naar de goedkeuring van een ouder, een meerdere, mijn man of meester omdat ik daar ooit teveel of te weinig van heb ontvangen? Is dit de prijs die ik denk te willen of moeten betalen voor liefde?
Het is wel waar dat ik soms onzeker ben, verlang naar goedkeuring, hunker naar liefde. Het is waar dat ik gezien wil worden zoals ik ben. Maar wil niet iedereen dat? Wat heeft dat met sm te maken? Ik wil niet geslagen worden en hoewel ik erg geil kan worden van hele heftige gedachtes, heeft de ervaring geleerd dat straf, slaag, spankings en andere sm-elementen weinig tot niets met me doen. Op mijn knieën vóór hem bedenk ik wat hij zal gaan doen en hij verliest het altijd. “Merel, het werkt niet.” Inderdaad, tot die conclusie was ik ook al gekomen.
Vraag is wat wél zal werken. Mijn fantasieën zijn dood. Mijn meisjesfantasie die jaren en jaren met me meegroeide en altijd werkte, werkt niet meer sinds de werkelijkheid zijn ervaringen heeft gebracht. Mijn fantasie werkt niet meer sinds mijn geilheid geassocieerd is met de stem, met het zijn van een man met wie ik iets had dat er nog nooit was geweest. Mijn fantasie werkt niet meer sinds ik slechts over hem fantaseer. En ook die fantasie werkt niet omdat het nooit werkelijkheid zal worden. Wat wil ik in de werkelijkheid? Wat wil ik? Wat kan ik? Is wat ik wil wel waar? Kan het wel werkelijkheid zijn of worden? Kan ik dat wel?
Maar die man die mij ooit zo diep geraakt heeft, heeft mijn tekst wel herkend toen. Hoewel ik niet weet of ik had kunnen waarmaken wat ik toen schetste, had hij er vertrouwen in. Hij had vertrouwen in mij en in wat er tussen ons was - en dat was veel. Wie weet waar het was geëindigd als het anders was gelopen. Feit is dat ik me moet herdefiniëren zoals je dat na iedere ervaring onbewust doet. Iedere ervaring vormt je. Iedere ontmoeting verandert je. Het leven is niet statisch en dat kun jij dan ook niet zijn.
“Maar ben je dat dan, een dienares?” Nee, dat ben en was ik niet. Het woord dienares is een woord dat voor interpretatie vatbaar is zoals veel woorden dat zijn. Vraag tien mensen wat sm is en je krijgt tien verschillende antwoorden. Vraag het morgen weer en grote kans dat een aantal van die antwoorden inmiddels veranderd zijn. Ook mijn invulling van sm golft en vloeit al naar gelang de omstandigheden, intern en extern.
Nee, ik ben geen dienares maar ik zou het misschien kunnen zijn zoals ik ook vrouw, geliefde, hoer, godin ben of kan zijn. Sm? Ik? Nee, niet echt maar macht doet iets met me: jouw macht over mij zoals ik macht heb over jou. Mijn macht om je liefde te geven, en jouw macht om mijn liefde te ontvangen en vice versa. Mijn sm is wat veel mensen zien als vanilla: liefde te mogen ontvangen en te mogen schenken.
Vergeet sm. Wat ik zoek is de diepste puurste mooiste vorm van liefde. Wat mij drijft is de diepe behoefte gezien te willen worden zoals ik ben. Waar ik naar zoek is een man die me onvoorwaardelijk accepteert zoals ik ben. Ik zoek iemand die ik kan respecteren en die mij respecteert. Wat ik zoek is geborgenheid en veiligheid. Veiligheid, verstand, vrijwilligheid en respect, is dat niet wat aan iedere relatie ten grondslag zou moeten liggen?
En liefde… Liefde die altijd dienend is. In dat opzicht wil ik graag dienares zijn.
Labels:
36. Dienares
Titulatuur
Twee mails van dominante mannen die ik niet ken en beiden ondertekenen met “Meester zus-en-me-zo.” Meester, een term met vele betekenissen maar altijd geassocieerd met achting en respect.
De man die zulk een titel draagt moet wel respectwaardig zijn. Meester: zo'n titel geef je niet aan jezelf, die word je, nadat je hem hebt verdiend, gegeven. Door de samenleving, aan het einde van een universitaire opleiding; door je discipelen, je leerlingen, je volgelingen in wat voor context dan ook uit eerbied; door je slaaf.
Ik ben oprecht verbaasd over het zelfgebruik van een dergelijke titel in een mail aan een wildvreemde dame die men maar meteen van haar hoofdletter ontdoet. “Dag merel” - mijn tekstverwerkingsprogramma heeft er moeite mee en ik ook. “Hoe gaat het met je? Groeten, Meester Pieter.”
Dat ik ook de groeten moet hebben van Prinses Margriet, daar ga ik zondermeer vanuit. We spraken elkaar onlangs nog. “Hoe gaat het met Meester Pieter?” “Goed, dank je!” Ik ken hem niet deze Pieter die zich Meester noemt. Net zo min als ik Meester Tom, Meester Mark en Meester Wim ken.
Hoezo overigens die combinatie van titel en voornaam? Ofwel je tutoyeert en noemt de baas bij zijn of haar voornaam. Dat is wat ik altijd standaard doe als ik de mails beantwoord van de vele Meesters die ik schijn te hebben.
Ofwel je vousvoyeert. In dat geval zul je ook al snel ‘met twee woorden’ spreken en de formele titel van de baas noemen zodra je hem aanspreekt – zo dat mag – of antwoordt. Voor hen die in of na de jaren zeventig zijn geboren, dat gaat als volgt: “Meester, wilt u een koekje”, liever dan “wilt u een koekje, Meester?”
De formalisten onder ons weten wat er gebeurt met dat koekje als je je vraag niet goed formuleert. Dan wordt het een koekje van eigen deeg. Kijk, en dan is het opeens een ander verhaal want dan zijn verhoudingen gekanteld, dan is er sprake van een formele hiërarchie die formeel spraakgebruik vraagt, vereist.
Du moment dat de man zich als Man heeft doen gelden en jij in je natuurlijke positie glijdt, dan is het niet meer vreemd hem te noemen, aan te spreken zoals je dat van nature wilt of moet. Maar dan nog, ik ben ik, begrijp ik niet waarom je je Meester, Meester Marcel zou noemen.
It simply doesn’t make sense unless…, tja tenzij je meer dan één Meester dient natuurlijk. Kan dat? Zeker wel, zo is me gebleken maar mijn ding is het niet. Al is het maar omdat het gewoon niet werkt twee kapiteins op één schip. Omdat je geen twee heren kunt dienen – en zelfs geen twee Heren.
De man die zulk een titel draagt moet wel respectwaardig zijn. Meester: zo'n titel geef je niet aan jezelf, die word je, nadat je hem hebt verdiend, gegeven. Door de samenleving, aan het einde van een universitaire opleiding; door je discipelen, je leerlingen, je volgelingen in wat voor context dan ook uit eerbied; door je slaaf.
Ik ben oprecht verbaasd over het zelfgebruik van een dergelijke titel in een mail aan een wildvreemde dame die men maar meteen van haar hoofdletter ontdoet. “Dag merel” - mijn tekstverwerkingsprogramma heeft er moeite mee en ik ook. “Hoe gaat het met je? Groeten, Meester Pieter.”
Dat ik ook de groeten moet hebben van Prinses Margriet, daar ga ik zondermeer vanuit. We spraken elkaar onlangs nog. “Hoe gaat het met Meester Pieter?” “Goed, dank je!” Ik ken hem niet deze Pieter die zich Meester noemt. Net zo min als ik Meester Tom, Meester Mark en Meester Wim ken.
Hoezo overigens die combinatie van titel en voornaam? Ofwel je tutoyeert en noemt de baas bij zijn of haar voornaam. Dat is wat ik altijd standaard doe als ik de mails beantwoord van de vele Meesters die ik schijn te hebben.
Ofwel je vousvoyeert. In dat geval zul je ook al snel ‘met twee woorden’ spreken en de formele titel van de baas noemen zodra je hem aanspreekt – zo dat mag – of antwoordt. Voor hen die in of na de jaren zeventig zijn geboren, dat gaat als volgt: “Meester, wilt u een koekje”, liever dan “wilt u een koekje, Meester?”
De formalisten onder ons weten wat er gebeurt met dat koekje als je je vraag niet goed formuleert. Dan wordt het een koekje van eigen deeg. Kijk, en dan is het opeens een ander verhaal want dan zijn verhoudingen gekanteld, dan is er sprake van een formele hiërarchie die formeel spraakgebruik vraagt, vereist.
Du moment dat de man zich als Man heeft doen gelden en jij in je natuurlijke positie glijdt, dan is het niet meer vreemd hem te noemen, aan te spreken zoals je dat van nature wilt of moet. Maar dan nog, ik ben ik, begrijp ik niet waarom je je Meester, Meester Marcel zou noemen.
It simply doesn’t make sense unless…, tja tenzij je meer dan één Meester dient natuurlijk. Kan dat? Zeker wel, zo is me gebleken maar mijn ding is het niet. Al is het maar omdat het gewoon niet werkt twee kapiteins op één schip. Omdat je geen twee heren kunt dienen – en zelfs geen twee Heren.
Labels:
35. Titulatuur
Een Lord met eigen SMaak
Er staat een advertentie op het net van een man die lijkt te zoeken wat ik zoek. Alleen, deze Lord zoekt naar "uiterlijke kwaliteiten” en die heb ik wel maar hoogstwaarschijnlijk niet zoals hij ze graag ziet. Dat schrijf ik hem dus plus dat ik veel te bieden heb. Ik wens hem veel succes met zijn mooie tekst. Jammer voor hem. His loss, not mine!
Ondanks mezelf voel ik oude pijn en de daarmee samenhangende allergie naar boven komen. Ik wil niet weer afgewezen worden. Ik wil niet weer beoordeeld en te licht bevonden worden. Ik wil niet nogmaals wel als goede vriendin maar niet als geliefde geaccepteerd worden. Ik wil niet weer het verdriet van “waarom” en “hoezo.” Die vragen heb ik overigens inmiddels wel beantwoord. Hou maar op!
Mannen als Lord zeggen wel dat ze vrouw met pit en uitstraling willen. Een lieve vrouw, intelligent en gezegend met een goed gevoel voor humor. Ja, dat zeggen ze. En dat willen ze echt... Als ze daarnaast ook nog confectiemaatje 36 heeft, lang blond haar, ranke benen en een ferme boezem. Ach, en als het zou kunnen dan graag tussen de twintig en dertig jaar. Maar uh…, ze moet wel weten wie Bob Dylan is, Wim Zonneveld en de onvergetelijke Diana Rigg. Wie…?
De tekst waarmee ik aan het stoeien was, een nieuwe zoektekst voor het geval ik klaar zou zijn om het datingcircuit weer te bestormen gooi ik aan de kant. Ik herinner me te scherp hoe boos ik soms was toen ik eerder aan het zoeken was. Hoe emotioneel en onrustig ik erdoor werd. Ik wil niet opnieuw aan die vleesmarkt deelnemen.
Het is avond. Aan de overkant branden kaarsjes. Lord mailt dat hij mijn vorige advertentie opgezocht heeft en dat een tekst of verhaal als dat van mij tenminste een chat “verdient.” Ik zucht en voeg hem toe aan mijn korte, inactieve msn-lijstje. Wat zal ik hem zeggen, deze Lord die zo duidelijk vindt dat hij het recht heeft op eigen smaak en stijl? Wat kan hij mij vertellen?
Over smaak en stijl valt niet te twisten, daar zijn we het over eens. Ik vind dat een man zich geen titel hoeft toe te eigenen. Ik vind dat een vrouw zich niet al bij voorbaat hoeft aan te passen aan een haar onbekende man. Of ze dat ooit zal willen of moeten doen, hangt af van de dynamiek tussen deze twee mensen, tussen ons. Dynamiek, dynamiet, vonken, elektriciteit - met een Lord?
Er liggen twee mooie teksten. Een van hem en een van mij. Hij wil in gesprek en eigenlijk ben ik ook nieuwsgierig. We zitten beiden met vragen. Wellicht heeft hij een open mind zoals ik die ondanks mijn scepsis en allergie probeer te houden. Ik open een fles rosé en mijn boek. Dat helpt. De pc gaat uit. Chatten, prima maar niet vanavond!
Ondanks mezelf voel ik oude pijn en de daarmee samenhangende allergie naar boven komen. Ik wil niet weer afgewezen worden. Ik wil niet weer beoordeeld en te licht bevonden worden. Ik wil niet nogmaals wel als goede vriendin maar niet als geliefde geaccepteerd worden. Ik wil niet weer het verdriet van “waarom” en “hoezo.” Die vragen heb ik overigens inmiddels wel beantwoord. Hou maar op!
Mannen als Lord zeggen wel dat ze vrouw met pit en uitstraling willen. Een lieve vrouw, intelligent en gezegend met een goed gevoel voor humor. Ja, dat zeggen ze. En dat willen ze echt... Als ze daarnaast ook nog confectiemaatje 36 heeft, lang blond haar, ranke benen en een ferme boezem. Ach, en als het zou kunnen dan graag tussen de twintig en dertig jaar. Maar uh…, ze moet wel weten wie Bob Dylan is, Wim Zonneveld en de onvergetelijke Diana Rigg. Wie…?
De tekst waarmee ik aan het stoeien was, een nieuwe zoektekst voor het geval ik klaar zou zijn om het datingcircuit weer te bestormen gooi ik aan de kant. Ik herinner me te scherp hoe boos ik soms was toen ik eerder aan het zoeken was. Hoe emotioneel en onrustig ik erdoor werd. Ik wil niet opnieuw aan die vleesmarkt deelnemen.
Het is avond. Aan de overkant branden kaarsjes. Lord mailt dat hij mijn vorige advertentie opgezocht heeft en dat een tekst of verhaal als dat van mij tenminste een chat “verdient.” Ik zucht en voeg hem toe aan mijn korte, inactieve msn-lijstje. Wat zal ik hem zeggen, deze Lord die zo duidelijk vindt dat hij het recht heeft op eigen smaak en stijl? Wat kan hij mij vertellen?
Over smaak en stijl valt niet te twisten, daar zijn we het over eens. Ik vind dat een man zich geen titel hoeft toe te eigenen. Ik vind dat een vrouw zich niet al bij voorbaat hoeft aan te passen aan een haar onbekende man. Of ze dat ooit zal willen of moeten doen, hangt af van de dynamiek tussen deze twee mensen, tussen ons. Dynamiek, dynamiet, vonken, elektriciteit - met een Lord?
Er liggen twee mooie teksten. Een van hem en een van mij. Hij wil in gesprek en eigenlijk ben ik ook nieuwsgierig. We zitten beiden met vragen. Wellicht heeft hij een open mind zoals ik die ondanks mijn scepsis en allergie probeer te houden. Ik open een fles rosé en mijn boek. Dat helpt. De pc gaat uit. Chatten, prima maar niet vanavond!
Groene appelsorbet
Lopend op een zonnige dag door de Kinkerstraat. Blauwe rok, lichtblauw truitje strak met v-hals, sjaal en setje van kanten bloemen in lichtblauw en paars daaronder, hold-ups en blauwe pumps met spitse punten. Voel me geweldig. Op weg naar een date met een bekende. Niet het enge van een eerste keer en toch gespannen. Samen lunchen in mijn favoriete restaurant aan de Keizersgracht.
Lopend in de Kinkerstraat want de tram reed voor mijn neus weg en het is mooi weer komt mij een man tegemoet. Een paar meter van mij vandaan tilt hij zijn zonnebril omhoog, kijkt naar mijn borsten en naar mij. “Mevrouw, wat een prachtige borsten heeft u!” “Dank u wel mijnheer.” En verder dans ik door de Kinkerstraat op weg naar de Man met wie ik ga lunchen. Verbeeld ik het mij of kijken alle mannen naar mij met vreugde en genot?
Te laat arriveer ik bij de Europarking. Vijf minuten maar, maar toch. Ik zie een sportwagen met Belgisch nummerbord met piepende banden richting Kinkerstraat rijden. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Daar gaat hij richting mijn huis, het zal toch niet waar zijn? Onrustig wacht ik bij de ingang. Geen idee waar hij vandaan zou komen zo hij het niet was die daar wegstoof. Het wordt later. Ik mompel in mijzelf dat dit niets wordt.
“Wat zeg je?” Een kus. “Zag je me niet binnenrijden?” Nee, ik ben geen autofiel, zelfs jouw hele speciale auto’s zeggen mij niets.
- Je was te laat.
- Ja. Ik dacht dat je niet meer zou komen.
- Je hebt maar te wachten.
- Ja maar hoe lang moet ik wachten.
- Als het een uur duurt, wacht je een uur. En als het ook regent, je blijft wachten.
- Een uur is lang.
- Ja, een uur is heel lang.
Hij kijkt me aan. We weten beiden dat het zo is en dat ik zou moeten wachten, een uur lang desnoods in de regen. Vandaag heb ik geen uur hoeven wachten en de zon schijnt. Als vanzelfsprekend legt hij zijn hand in mijn nek en zo leidt hij me de Elandsgracht op en verder.
Het is een heerlijke lunch in de tuin van dat restaurant aan de Keizersgracht. Hij bestelt meerdere gangen en verrukkelijke wijn. “Merel, deze wijn moet je echt proeven.” Dit is geen man die calorieën telt. Niet voor zichzelf maar ook niet voor mij. In tegendeel, hij moedigt me aan vooral nog wat chocolademousse te nemen. Nog lekkerder dan de mousse en de wijn is de groene appelsorbet. Hemels.
Tijdens de koffie, hetgeen ook voor deze dominante Man thee betekent, kwam het voorstel. Hij weet het misschien nog wel en ik ook. Zijn voorstel kwam totaal onverwachts. “Denk er maar goed over, Merel.” Het ging ver. Heel ver. Er waren contracten mee gemoeid en nog wel meer. Hij weet wat ik wens en ik weet dat hij het weet.
Hij heeft het goed begrepen op één punt na. Hij heeft veel te bieden, maar monogamie hoort daar niet bij. Ik wens hem geluk en liefde en alles wat hij mist ondanks alles. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart; de groene appelsorbet zal ik nooit vergeten maar wij moeten beiden opnieuw op zoek.
Lopend in de Kinkerstraat want de tram reed voor mijn neus weg en het is mooi weer komt mij een man tegemoet. Een paar meter van mij vandaan tilt hij zijn zonnebril omhoog, kijkt naar mijn borsten en naar mij. “Mevrouw, wat een prachtige borsten heeft u!” “Dank u wel mijnheer.” En verder dans ik door de Kinkerstraat op weg naar de Man met wie ik ga lunchen. Verbeeld ik het mij of kijken alle mannen naar mij met vreugde en genot?
Te laat arriveer ik bij de Europarking. Vijf minuten maar, maar toch. Ik zie een sportwagen met Belgisch nummerbord met piepende banden richting Kinkerstraat rijden. Mijn hart zakt in mijn schoenen. Daar gaat hij richting mijn huis, het zal toch niet waar zijn? Onrustig wacht ik bij de ingang. Geen idee waar hij vandaan zou komen zo hij het niet was die daar wegstoof. Het wordt later. Ik mompel in mijzelf dat dit niets wordt.
“Wat zeg je?” Een kus. “Zag je me niet binnenrijden?” Nee, ik ben geen autofiel, zelfs jouw hele speciale auto’s zeggen mij niets.
- Je was te laat.
- Ja. Ik dacht dat je niet meer zou komen.
- Je hebt maar te wachten.
- Ja maar hoe lang moet ik wachten.
- Als het een uur duurt, wacht je een uur. En als het ook regent, je blijft wachten.
- Een uur is lang.
- Ja, een uur is heel lang.
Hij kijkt me aan. We weten beiden dat het zo is en dat ik zou moeten wachten, een uur lang desnoods in de regen. Vandaag heb ik geen uur hoeven wachten en de zon schijnt. Als vanzelfsprekend legt hij zijn hand in mijn nek en zo leidt hij me de Elandsgracht op en verder.
Het is een heerlijke lunch in de tuin van dat restaurant aan de Keizersgracht. Hij bestelt meerdere gangen en verrukkelijke wijn. “Merel, deze wijn moet je echt proeven.” Dit is geen man die calorieën telt. Niet voor zichzelf maar ook niet voor mij. In tegendeel, hij moedigt me aan vooral nog wat chocolademousse te nemen. Nog lekkerder dan de mousse en de wijn is de groene appelsorbet. Hemels.
Tijdens de koffie, hetgeen ook voor deze dominante Man thee betekent, kwam het voorstel. Hij weet het misschien nog wel en ik ook. Zijn voorstel kwam totaal onverwachts. “Denk er maar goed over, Merel.” Het ging ver. Heel ver. Er waren contracten mee gemoeid en nog wel meer. Hij weet wat ik wens en ik weet dat hij het weet.
Hij heeft het goed begrepen op één punt na. Hij heeft veel te bieden, maar monogamie hoort daar niet bij. Ik wens hem geluk en liefde en alles wat hij mist ondanks alles. Hij heeft een speciaal plekje in mijn hart; de groene appelsorbet zal ik nooit vergeten maar wij moeten beiden opnieuw op zoek.
Labels:
33. Groene appelsorbet
Een zomerse flirt
Zomer. De stad is anders als de zon schijnt, de mensen zijn anders. Warme lege straten met zacht ruisende bomen. Toeristen die niet kunnen fietsen: "No brakes! No brakes!” Dat heet terugtraprem, toerist...
Zomer. Iedereen is met vakantie. De dagelijkse zorgen of beslommeringen teruggebracht tot wat ga ik doen vandaag en wat zal ik eten. De stad ademt rust en ik adem mee. Adem in, adem uit. Relax.
Niet-toerist met fiets eet een broodje. Onze blikken kruizen. Hij lacht, ik ook. Ik ken je wel. Je woont aan de overkant van het pleintje. Als ik kook en uit het raam kijk, heb ik zicht op jouw eettafel. Je eet vaak bij kaarslicht.
Jij kent mij ook. Ik zie je kijken maar zeg niets zo min als jij wat tegen mij zegt. Ik voel me goed en weet dat ik er goed uitzie in mijn roze linnen broek, rozerode spencer. Ik loop schuin over het pleintje de straat in en voel je blik.
Ik ken je wel. Soms kom je ’s avonds laat thuis in een militair uniform. Mannen in uniform… Ik ken meerdere vrouwen die mannen in uniform zeer op prijs stellen. Ik geef toe, het heeft wel wat zo’n uniform, net als een mooi kostuum wat heeft.
Maar nu ben je in spijkerbroek en vandaag mis je uitstraling. Ik niet blijkbaar. Je haalt me in als ik bijna bij de brug ben, daar waar je ook als fietser een trapje op moet lopen voor je verder kunt. Je kijkt opzij. Ik doe of ik het niet zie.
Ik ken je wel. Toen je vrouw bevallen was van jullie zoon, hing er een grote ooievaar aan de gevel. Hierdoor kon ik de postbode die bij mij een ‘welcome baby pakket’ kwam afleveren, vertellen waar hij wel moest zijn.
Ik ken je vrouw. Ze is dikker nu dan toen ze zwanger was. Ik zie dagelijks hoe ze thuiskomt met je kind achterop. Ze is heel lief voor hem. En ook voor jou denk ik want anders zou ze geen kaarsjes branden tijdens het avondeten.
Een tijdje later als ik bij de Hema ben, zie ik je opnieuw. Je maakt je fiets dicht dit keer. Ik kijk je aan en jij kijkt terug, bloost, knikt en kijkt weer weg. Jij hebt vrouw en kind. En ik geniet van de zomer en flirt.
Zomer. Iedereen is met vakantie. De dagelijkse zorgen of beslommeringen teruggebracht tot wat ga ik doen vandaag en wat zal ik eten. De stad ademt rust en ik adem mee. Adem in, adem uit. Relax.
Niet-toerist met fiets eet een broodje. Onze blikken kruizen. Hij lacht, ik ook. Ik ken je wel. Je woont aan de overkant van het pleintje. Als ik kook en uit het raam kijk, heb ik zicht op jouw eettafel. Je eet vaak bij kaarslicht.
Jij kent mij ook. Ik zie je kijken maar zeg niets zo min als jij wat tegen mij zegt. Ik voel me goed en weet dat ik er goed uitzie in mijn roze linnen broek, rozerode spencer. Ik loop schuin over het pleintje de straat in en voel je blik.
Ik ken je wel. Soms kom je ’s avonds laat thuis in een militair uniform. Mannen in uniform… Ik ken meerdere vrouwen die mannen in uniform zeer op prijs stellen. Ik geef toe, het heeft wel wat zo’n uniform, net als een mooi kostuum wat heeft.
Maar nu ben je in spijkerbroek en vandaag mis je uitstraling. Ik niet blijkbaar. Je haalt me in als ik bijna bij de brug ben, daar waar je ook als fietser een trapje op moet lopen voor je verder kunt. Je kijkt opzij. Ik doe of ik het niet zie.
Ik ken je wel. Toen je vrouw bevallen was van jullie zoon, hing er een grote ooievaar aan de gevel. Hierdoor kon ik de postbode die bij mij een ‘welcome baby pakket’ kwam afleveren, vertellen waar hij wel moest zijn.
Ik ken je vrouw. Ze is dikker nu dan toen ze zwanger was. Ik zie dagelijks hoe ze thuiskomt met je kind achterop. Ze is heel lief voor hem. En ook voor jou denk ik want anders zou ze geen kaarsjes branden tijdens het avondeten.
Een tijdje later als ik bij de Hema ben, zie ik je opnieuw. Je maakt je fiets dicht dit keer. Ik kijk je aan en jij kijkt terug, bloost, knikt en kijkt weer weg. Jij hebt vrouw en kind. En ik geniet van de zomer en flirt.
Labels:
32. Een zomerse flirt
Offer
Een vreemde rust is in mij gedaald. Ik schreef uit woede, pijn, heimwee en verlangen. Gevoelens waarvan ik wist dat ze wel weer over zouden gaan – en weet dat ze wel weer terug zullen keren. Maar nu is er even rust. Ik weet niet waarom. Ik weet niet voor hoelang. Rust of berusting?
Rust anders dan die ik voelde toen ik opnieuw de woonkamer van mijn Meester betrad aan de hand van K. Zij was gehuld in een zwart doorschijnend gewaad dat aan haar polsen en hals was vastgemaakt met kettinkjes. Naakt en toch weer niet. In mijn ogen was het een kostuumpje. Maar mijn ogen waren gericht naar de vloer en mijn gedachten waren bij hem en niet bij haar.
Terwijl hij zich met mij bezig hield liep K. naar de schoorsteenmantel. “Kijk naar je zusje, kijk hoe mooi ze daar staat met haar kontje naar achteren. Kijk die lijnen van haar lichaam. Ben je er niet trots op haar zusje te zijn.” Wiegelend met haar kontje en leunend op de schouw was ze een slavin om trots op te zijn. Ik keek en zag een vrouw die druk bezig was zich te profileren voor het geval haar geliefde haar zou vergeten en ik zag angst in haar ogen. Dus toch...
Geen seconde heb ik er over nagedacht hoe de toekomst eruit zou zien. De dag van morgen bestond niet en zelden ben ik zo in het hier en nu gebleven als toen. Hij zette me vast in een nis van de kamer. Armen en benen gespreid met mijn rug naar K. en mijn Meester die op de bank zachtjes met elkaar praatten. Niet zacht genoeg. “Zie je wel”, zei hij, “ik zei toch dat het goed zou gaan.” Haar antwoord was te zacht voor mij om het te verstaan.
Vastgezet voor een manshoge spiegel zag ik mezelf. Verhit gezicht zoals ik zo vaak heb, mooie hold-ups in prachtige pumps. Een lichaam op zijn best, iets gestrekt en toch ontspannen in een stand die passend was voor een slavin als ik. De tijd verstreek. Ik begon onrustig te worden. “Oh, ze heeft aandacht nodig. Is ongeduldig. Weet je nog de tijd dat je mij daar neerzette en vertrok. Uren later kwam je terug.” Hij bromde instemmend. Ik was niet langer nat.
Ik had hem bediend op de diverse manieren die Mannen van slavinnen verwachten en hij was tevreden. Nu mocht zij zich met mij bezighouden. Hij liet ons alleen. “Stop.” Ik was niet nat meer maar zij voelde het niet. Ze ging gewoon door. Ik lag op een langwerpige voetenbank van donkerbruin leer, mijn enkels en polsen aan de pootjes gebonden. Ze stopte niet. “Stop”, luider dit keer. Ze stopte.
Hij kwam de kamer in vanaf de veranda waar hij zich had teruggetrokken. “Hoorde ik je wat zeggen?” Ik knikte. “Je weet wat dit betekent.” Ja, dat wist ik. Zij maakte me los. Zes of zeven regels op een stuk papier en een paar mondelinge afspraken. Toen ik aangekleed was vond ik hem op de veranda. “Wat is er gebeurd.” “Ik weet het niet.” Hij keek me aan. Een aardige rustige man. “Kan ik wat voor je doen”, verbeeld ik het mij of heeft hij dat echt gevraagd? “Nee, dank je wel.” We praatten nog wat over het huis en haar ligging aan The Thames tot de taxi er was. Hoe we afscheid genomen hebben weet ik niet meer.
Kay bracht me naar de voordeur. Ze gaf me namens hem geld voor de taxi naar huis. Verdoofd heb ik thuis een heet bad klaargemaakt. En daar heb ik in gelegen tot het koud was en zelfs bijvullen met warm water niet meer hielp. De volgende dag was het zondag en ik liep langs het kanaal naar Regents Park en hoopte dat zij hem nog lang gelukkig kon maken. Meer dan twintig jaar was zij zijn slavin. Daar kon en mocht ik niet tussen komen.
“Het gebruik van het woord ‘stop’ betekent onmiddellijke staking van activiteiten en het onvoorwaardelijk verbreken van contact.” “Stop.” Ik wist wat ik zei toen ik het zei. Ongepland, niet met voorbedachten rade, maar welbewust op het moment dat zij te gulzig, te gretig onze afspraak verbrak. Hij was mijn Meester, zij nooit mijn zusje.
Hij was mijn Meester en haar nam ik op de koop toe. Er zijn jaren verstreken, de wereld is fundamenteel veranderd. Ik ben het niet – zoals bleek toen terug in Nederland jaren later iemand voorstelde binnenkort een “zusje” voor me te zoeken. Ik heb in 1996 voor eens en voor altijd geleerd dat ik niet meer wil delen zoals ik ook niet gedeeld wil worden. Het spijt me.
Rust anders dan die ik voelde toen ik opnieuw de woonkamer van mijn Meester betrad aan de hand van K. Zij was gehuld in een zwart doorschijnend gewaad dat aan haar polsen en hals was vastgemaakt met kettinkjes. Naakt en toch weer niet. In mijn ogen was het een kostuumpje. Maar mijn ogen waren gericht naar de vloer en mijn gedachten waren bij hem en niet bij haar.
Terwijl hij zich met mij bezig hield liep K. naar de schoorsteenmantel. “Kijk naar je zusje, kijk hoe mooi ze daar staat met haar kontje naar achteren. Kijk die lijnen van haar lichaam. Ben je er niet trots op haar zusje te zijn.” Wiegelend met haar kontje en leunend op de schouw was ze een slavin om trots op te zijn. Ik keek en zag een vrouw die druk bezig was zich te profileren voor het geval haar geliefde haar zou vergeten en ik zag angst in haar ogen. Dus toch...
Geen seconde heb ik er over nagedacht hoe de toekomst eruit zou zien. De dag van morgen bestond niet en zelden ben ik zo in het hier en nu gebleven als toen. Hij zette me vast in een nis van de kamer. Armen en benen gespreid met mijn rug naar K. en mijn Meester die op de bank zachtjes met elkaar praatten. Niet zacht genoeg. “Zie je wel”, zei hij, “ik zei toch dat het goed zou gaan.” Haar antwoord was te zacht voor mij om het te verstaan.
Vastgezet voor een manshoge spiegel zag ik mezelf. Verhit gezicht zoals ik zo vaak heb, mooie hold-ups in prachtige pumps. Een lichaam op zijn best, iets gestrekt en toch ontspannen in een stand die passend was voor een slavin als ik. De tijd verstreek. Ik begon onrustig te worden. “Oh, ze heeft aandacht nodig. Is ongeduldig. Weet je nog de tijd dat je mij daar neerzette en vertrok. Uren later kwam je terug.” Hij bromde instemmend. Ik was niet langer nat.
Ik had hem bediend op de diverse manieren die Mannen van slavinnen verwachten en hij was tevreden. Nu mocht zij zich met mij bezighouden. Hij liet ons alleen. “Stop.” Ik was niet nat meer maar zij voelde het niet. Ze ging gewoon door. Ik lag op een langwerpige voetenbank van donkerbruin leer, mijn enkels en polsen aan de pootjes gebonden. Ze stopte niet. “Stop”, luider dit keer. Ze stopte.
Hij kwam de kamer in vanaf de veranda waar hij zich had teruggetrokken. “Hoorde ik je wat zeggen?” Ik knikte. “Je weet wat dit betekent.” Ja, dat wist ik. Zij maakte me los. Zes of zeven regels op een stuk papier en een paar mondelinge afspraken. Toen ik aangekleed was vond ik hem op de veranda. “Wat is er gebeurd.” “Ik weet het niet.” Hij keek me aan. Een aardige rustige man. “Kan ik wat voor je doen”, verbeeld ik het mij of heeft hij dat echt gevraagd? “Nee, dank je wel.” We praatten nog wat over het huis en haar ligging aan The Thames tot de taxi er was. Hoe we afscheid genomen hebben weet ik niet meer.
Kay bracht me naar de voordeur. Ze gaf me namens hem geld voor de taxi naar huis. Verdoofd heb ik thuis een heet bad klaargemaakt. En daar heb ik in gelegen tot het koud was en zelfs bijvullen met warm water niet meer hielp. De volgende dag was het zondag en ik liep langs het kanaal naar Regents Park en hoopte dat zij hem nog lang gelukkig kon maken. Meer dan twintig jaar was zij zijn slavin. Daar kon en mocht ik niet tussen komen.
“Het gebruik van het woord ‘stop’ betekent onmiddellijke staking van activiteiten en het onvoorwaardelijk verbreken van contact.” “Stop.” Ik wist wat ik zei toen ik het zei. Ongepland, niet met voorbedachten rade, maar welbewust op het moment dat zij te gulzig, te gretig onze afspraak verbrak. Hij was mijn Meester, zij nooit mijn zusje.
Hij was mijn Meester en haar nam ik op de koop toe. Er zijn jaren verstreken, de wereld is fundamenteel veranderd. Ik ben het niet – zoals bleek toen terug in Nederland jaren later iemand voorstelde binnenkort een “zusje” voor me te zoeken. Ik heb in 1996 voor eens en voor altijd geleerd dat ik niet meer wil delen zoals ik ook niet gedeeld wil worden. Het spijt me.
Labels:
31. Offer
Abonneren op:
Posts (Atom)